|
Voordat er sprake was van programma's als MS-DOS, Windows NT of Linux, was er al een klein besturingssysteem voor 8-bits computers. Dit besturingssysteem heeft als het ware aan de wieg gestaan van alle latere besturingssystemen die voor PC's werden ontwikkeld. Dit besturingssysteem heette CP/M, een afkorting van Control Program for Microcomputers. CP/M werd vanaf 1972 ontwikkeld door Gary Kildall voor een van de eerste Intel-microprocessors, de 8080. Kildall was voor een dag per week in dienst van Intel. Oorspronkelijk schreef hij aan een programma dat PL/M heette (Programming Language for Microcomputers). Dit programma kon overweg met een computer met een 8080-processor, een display monitor en een ponskaartenlezer. Op een dag kwam er een vriend naar hem toe met een los diskettestation en hij vroeg Gary om een programma te schrijven dat overweg kon met de diskettecontroller en de drive. Dit werd CP/M. Daarmee was CP/M het eerste programma dat schijfstations kon besturen (zowel diskettes als vaste schijven). CP/M draaide op microcomputers met een 8080- of een Z80 processor en had ongeveer 20 Kb geheugen nodig. De interface an CP/M ziet er een beetje uit zoals het latere MS-DOS; het programma werd bediend via het toetsenbord en de opdrachtregel. Kildall bood zijn systeem aan Intel te koop aan (voor $ 20.000,-), maar die hadden geen interesse. Hij besloot toen om zelf maar een bedrijf op te richten om CP/M te verkopen. Hij zoemde zijn bedrijf Digital Research Inc. Kildall was de juiste man op de juiste plaats, want er kwamen steeds meer en goedkopere computers. Hier moest natuurlijk een besturingssysteem op, en dat werd CP/M. Een andere keus was er in die tijd gewoon niet. Bovendien waren er allerlei enthousiaste programmeurs die applicaties voor CP/M schreven: tekstverwerkingsprogramma's, BASIC, spelletjes, enzovoort. Aan het eind van de jaren '70 had Digital Research meer dan 250.000 exemplaren van CP/M verkocht en draaide het systeem op meer dan 3000 verschillende hardwarecombinaties. Voor die tijd een enorm succes. CP/M werd via de command line (opdrachtregel) bestuurd, met afkortingen van Engelse woorden, die aangaven wat de computer moest doen. CP/M kende al opdrachten als DIR, DEL en COPY. Omdat CP/M een klein besturingssysteem was, dat in kleine geheugens op langzame processors moest kunnen draaien, waren er geen netwerkvoorzieningen in aangebracht. CP/M was bedoeld om op een computer door een gebruiker bediend te worden. In CP/M kon ook maar een programma tegelijk actief zijn. Naar hedendaagse maatstaven is CP/M natuurlijk volledig verouderd, maar in die jaren was het een enorme prestatie. Aan het begin van de jaren '80 ontwikkelde IBM de Personal Computer, die natuurlijk ook bestuurd moest worden. Zij klopten daarvoor aan bij Gary Kildall om CP/M van hem te kopen. Digital Research had CP/M inmiddels verder ontwikkeld tot CP/M-86, een versie die draaide op de 16-bits 8086-processor van Intel. Dit was de duurdere broer van de processor die ook in de PC gebruikt werd. Op een dag dat IBM bij Kildall langs ging om te praten over de verkoop van PC/M had Kildall echter "belangrijker" dingen te doen (men zegt dat hij een dagje was vissen!). Zijn vrouw stuurde de IBM-delegatie weg. Dit was achteraf gezien waarschijnlijk de zwartste dag in zijn leven, want nu ging IBM praten met Bill Gates, die een paar jaar eerder het bedrijfje Microsoft had opgericht. Gates en IBM kwamen wel tot overeenstemming en CP/M werd een bijna vergeten besturingssysteem. Digital Research werd in 1991 opgekocht door Novell en later doorverkocht aan Caldera. Op dit moment wordt CP/M voornamelijk nog gebruikt door hobbyisten die het leuk vinden nog wat met oude computers te experimenteren. Op het Internet is nog wel veel te vinden over CP/M, bijvoorbeeld bij Caldera (http://www.caldera.com) en er is een nieuwsgroep gewijd aan discussies over CP/M (comp.os.cpm). Hierin is ook een lijst met veelgestelde vragen (FAQ) te vinden, waarin we het antwoord kunnen vinden op allerlei vragen die betrekking hebben op CP/M. |
|
Aan het eind van de jaren '70 gebruikten veel computergebruikers CP/M als besturingssysteem. Een ander succesvol bedrijf uit de begindagen van de personal computer was Apple, dat met hun Apple II goede verkoopresultaten haalden. Het grootste computerbedrijf ter wereld ontbrak echter op de markt voor personal computers: IBM. Omdat IBM niet langer aan kon zien hoe de computermarkt voor de thuisgebruiker door andere bedrijven opgeslokt werd, haastten zij zich om ook een personal computer op de markt te brengen. De originele IBM-PC werd in zeer korte tijd door de ingenieurs van IBM in elkaar gezet. Voor het ontwikkelen van een eigen besturingssysteem was geen tijd. Daarom ging IBM eens rondkijken wat er op de markt verkrijgbaar was. Oorspronkelijk wilden ze graag CP/M-86 als besturingssysteem voor hun PC, maar Digital Research maakte niet echt haast met de ontwikkeling van dit styseem, bovendien mislukten de onderhandelingen met Gary Kildall. Dit was reden voor IBM om met Bill Gates van Microsoft te gaan praten. Gates had nog nooit een besturingssysteem geprogrammeerd, maar hij beweerde dat hij in korte tijd een 16-bits besturingssysteem kon leveren dat aan de specificaties van IBM voldeed. Microsoft zocht daarvoor contact met Tim Patterson van Seattle Computer Products, die al een ruwe versie van een besturingssysteem voor de 8086 had gemaakt. Hij noemde dit QDOS (van Quick and Dirty Operating System), een besturingssysteem dat geheel in Assembler geschreven was en uit ongeveer 4000 regels code bestond. In oktober 1980 kocht Microsoft rechten om QDOS te verkopen voor $50.000,- van Seattle Computer Products, zonder er bij te vertellen dat het operating system uiteindelijk voor IBM bedoeld was. Tim Patterson kwam later zelfs bij Microsoft in dienst om het besturingssysteem voor de IBM-PC te vervolmaken. In samenwerking met IBM werd het besturingssysteem klaar gemaakt voor de personal computer in in juli 1981 was 'IBM Personal Computer DOS 1.0' (PC-DOS) klaar om verscheept te worden. Gates had in zijn contract bovendien bedongen dat DOS niet uitsluitend in combinatie met IBM-computers verkocht mocht worden, maar dat ze na verloop van tijd ook een eigen versie op de markt mochten brengen. Dit werd het 'Microsoft Disk Operating System' (MS-DOS). Zo liepen de ontwikkellijnen van MS-DOS en PC-DOS na een halfjaar uitelkaar. Beide fabrikanten (IBM en Microsoft) brachten hun eigen vernieuwingen en mogelijkheden in het besturingssysteem aan. Er was echter een groot verschil: PC-DOS draaide (uiteraard) alleen op de computers van IBM zelf, terwijl MS-DOS ook op niet IBM-computers draaide: de zogenaamde 'klonen'. In de originele IBM-PC sprak het besturingssysteem namelijk het door IBM gepatenteerde ROM-BIOS aan. Klonen hadden een ander (zelf geprogrammeerd) BIOS en deze waren niet afhankelijk van het originele ROM-BIOS met BASIC. Bekende andere merken uit die tijd zijn Compaq, Tandy, Amstrad en Commodore. Ook deze computers moesten uiteraard van een besturignsssyteem voorzien worden en daarvoor werd in de meeste gevallen voor MS-DOS gekozen. Het besturingssysteem van Microsoft werd na verloop van tijd dan ook veel meer gebruikt dan het originele systeem van IBM. IBM keek niet helemaal lijdzaam toe hoe MS-DOS de macht overnam en probeerde met nieuwe introducties van PC-DOS het tij enigszins te keren. Ook Digital Research probeerde nog korte tijd vergeefs CP/M nieuw leven in te blazen. PC-DOS versie 7 was uiteindelijk de laatste release van een belangrijk besturingssysteem dat via de opdrachtregel bestuurd werd. Daarna verschoof de aandacht geheel naar de grafische besturingssystemen, zoals Windows en OS/2. Op dit moment wordt er zelfs niet meer gewerk aan de uitbreiding of verbeteringen van het originele DOS. Wel zijn er uiteraard heel veel computers die nog met een van deze besturingssystemen werken. |
|
Al heel snel zag Bill Gates in dat computergebruikers in de toekomst wellicht meer zouden willen dan opdrachten intikken op de opdrachtregel. MS-DOS werkte op zich goed, maar was niet gebruiksvriendelijk genoeg. Om DOS goed te kunnen bedienen, moeten we eerst allerlei opdrachten (zoals dir, copy en del) uit het hoofd leren. Onder andere geinspireerd door de grafische omgevingen van Xerox, X Window van Unix, en Apple werkte Micrsoft daarom al sinds september 1981 aan een eigen grafisch besturingsprogramma. In het begin heette dit project nog Interface Manager, maar al snel werd het pakket omgedoopt tot Microsoft Windows. Al in 1983 werd het pakket aangekondigd, maar uiteindelijk zou het nog tot november 1985 duren voordat het daardwerkelijk in de winkels lag. Windows 1.0 kon eigenlijk niet veel en de verkopen waren dan ook teleurstellend. Windows 2.0, dat in 1987 uitkwam, kon al meer, onder andere verschillende applicaties tegelijk draaien, schakelen tussen diverse applicaties en vensters laten overlappen. Elk programma draaide vanaf toen in een eigen venster. Langzamerhand werden er ook programma's voor Windows onwikkeld, waarvan CorrelDRAW! 1.0, Excel (oorspronkelijk voor de Mackintosh) en Word for Windows de bekendste waren. Later dat jaar werd - speciaal voor computers met een Intel 80386-processor- Windows/386 op de markt gebracht. Windows 2.0 werd toen omgedoopt tot Windows/286. In mei 1990 kwam echter de grote ommekeer voor de ontwikkeling van Windows. met de introductie van Windows 3.0 had Microsoft een echte topper in huis. Windows 3.0 kon voorbij de 640 Kb-grens van DOS werken, had een krachtiger en makkelijker te bedienen gebruikersinterface en allerlei andere fabrikanten brachten Windows-versies van hun programmatuur uit. Binnen een jaar had Microsoft meer dan 10 miljoen exemplaren van Windows 3.0 verkocht. Windows was daarmee in een klap het meest verkochte grafische besturingssysteem aller tijden. Nog beter werd het voor Microsoft toen het in 1992 op de markt kwam met Windows 3.1. Windows 3.1 maakte beter gebruik van de 32-bits mogelijkheden van de 80386- en 80486-processoren en had een eenvoudige installatieprocedure. Een groot voordeel was verder dat we onder Windows maar een muisdriver, een printerdriver, een geheugenbeheerder, enzovoorts hoeven te installeren, waar alle programma's die onder Windows draaien vervolgens gebruik van kunnen maken. Windows 3.1 werkt met universele drivers voor randapparaten. Een paar maanden later werd Windows 3.11 (ook wel Windows for Workgroups, oftewel WfW genoemd) op de markt gebracht, waarin ook netwerkondersteuning voor Windows geregeld was. Gebruikers konden nu bestanden en printers met elkaar delen over het netwerk. Een hele revolutie, want origineel was de personal computer uitsluitend bedoeld voor persoonlijk gebruik. Windows for Workgroups wordt ook nu nog veel gebruikt. In april 1993 had Microsoft 25 miljoen exemplaren van Windows 3.1/3.11 verscheept. In plaats van telkens de versie van Windows te noemen (Windows 1.0, -2.0, -/286 en -/386 worden niet meer gebruikt) spreken we in het vervolg over het meer algemene Windows 3.x In november 1994 werd de volgende versie van Windows aangekondigd. Aanvankelijk onder de codenaam 'Chicago', later onder de uiteindelijke naam Windows 95. Op 24 augustus 1995 werd Windows 95 wereldwijd gelanceerd met een van de duurste promotie campagnes die ooit voor een computerprogramma gehouden is. Windows 95 is een -naar zeggen van Microsoft- volledig 32-bits besturingssysteem. Er zijn enkel nog 16-bits componenten aanwezig om de compatibiliteit met oudere programma's te garanderen. De interface werd volledig aangepast, waardoor het systeem eenvoudiger te bedienen is. Andere faciliteiten van Windows 95 zijn ondermeer Plug-and-Play (PnP, het bestruringssysteem herkent zelf aangelsoten randapparatuur), een centraal register om de systeeminstellingen in op te slaan en preemptive multitasking (meerdere programma's tegelijk laten uitvoeren door de processor, in plaats van achterelkaar, waarbij de geopende applicaties om beurten een stukje processortijd krijgen toegewezen). In Windows 95 zit ook MS-DOS 7 geintegreerd, maar daar krijgt de gebruiker niets meer van te zien. Zodra de computer gestart wordt, neemt Windows het commando over. Windows 95 kan dan ook een echt besturingssysteem genoemd worden, terwijl Windows 1.0 tot en met Windows 3.11 uitsluitend grafische jasjes om DOS heen waren. Sommigen denken daar overigens anders over en zeggen dat Windows nog altijd niets meer is dan een mooie schil om een inferieur besturingssysteem. Drie jaar na Windows 95 heeft de voorlopig laatste versie van Windows het licht gezien: Windows 98. Microsoft heeft onderkend dat de computer niet meer uitsluitend voor persoonlijk gebruik of gebruik in een netwerk geschikt is, maar dat tevens het hele Internet en alle computers die daarop aangesloten zijn vanaf het bureaublad benaderd kunnen worden. Het bureuablad is daarom voorzien van een browserachtige interface, en het Internet is vrijwel overal vanuit het besturingssysteem te bereiken via de Windows Verkenner en Internet Explorer 4. In Windows 98 zijn ook de laatste technieken aan de hardwarezijde verwerkt. zo is er onder meer ondersteuning voor USB, AGP, FAT32, DVD-schijven (de opvolger van de cd-rom). Softwarematig schuift Windows 98 steeds meer in de richting van Windows NT, door gebruik te maken van het Win32 Driver Model (WDM). De bedoeling hiervan is dat fabrikanten van randapparatuur straks nog maar een driver hoeven te ontwikkelen, die zowel onder Windows 98 als onder windows NT gebruikt kan worden. |
|
Parallel aan de ontwikkeling van Windows voor personal computers loopt min of meer de ontwikkeling van Windows NT. Deze versie van Windows is vanaf het begin bedoeld voor de 'bovenkant' van de markt, dat wil zeggen, bestand- en printerservers, zware werkstations en multi-processor systemen. Oorspronkelijk werkte Microsoft met IBM samen om dit besturingssysteem te ontwikkelen. De originele naam voor Windows NT was dan ook OS/2 NT. De letters NT staan hierbij voor New Technology. Microsoft besloot echter de beste programmeur van IBM (David Cutler) uit te kopen en het besturingssysteem exclusief voor zichzelf te ontwikkelen. Zeker toen bleek dat Windows 3.0 een groot succes werd, werd besloten om het uiterlijk van Windows NT op dat van Windows 3.0 te baseren. Na de breuk met IBM was het tevens de bedoeling van Microsoft dat Windows NT op meer verschillende typen computers zou draaien dan uitsluitend op IBM-compatible systemen. Er werd daarom voor gekozen het nieuwe besturingssysteem in de programmeertaal C te schrijven, omdat deze code makkelijk opnieuw te compileren is voor andere processors. Cutler voorspelde dat Windows NT rond 1991 klaar zou kunnen zijn. Dat werd uiteindelijk bijna twee jaar later, maar op 17 juli 1993 werd Windows NT 3.1 dan toch gelanceerd, een paar maanden later al gevolgd door Windows NT 3.5 In 1996 werd Windows NT 3.51 opgevolgd door Windows NT 4.0, dat uiterlijk erg leek op het eerder gelanceerde Windows 95. Windows NT is echter een geheel ander besturingssysteem dan Windows 95. De handelingen, wekwijzen en installatie van hard- en software lijken wel wat op elkaar, maar wijken op veel punten toch af. Als we goed met Windows 95 kunnen werken, wil dat niet zeggen dat we automatisch ook met Windows NT 4.0 overweg kunnen. [Tentijde dat het boek, waaruit ik deze informatie heb, geschreven werd, was Windows 2000 nog in ontwikkeling] Op dit moment wordt nog hard gewerkt aan de volgende versie van Windows NT, die waarschijnlijk in het jaar 2000 zal uit komen. Microsoft heeft deze gebeurtenis direct aangegrepen voor een naamswijziging, vanaf de volgende versie van Windows NT spreken we over Windows 2000. Hiermee wordt de ontwikkeling van Windows 95/98 stopgezet en zullen er in de toekomst alleen nog maar updates van (het voormalige) Windows NT volgen. De verwachting is dat Windows een volledig 64-bits besturingssysteem gaat worden, dat werkt op ondermeer de 64-bits processors van Alpha en Intel. Windows NT is primair bedoeld als bestruingssysteem voor netwerken. Beveiliging van gegevens op het netwerk was dan ook heel belangrijk. Hiervoor werd onder meer het eigen bestandssysteem NTFS (NT File System) ontwikkeld. NT is beschikbaar in versies voor computers die met Intel processoren werken (de zogenaamde x86-systemen), Digital Alpha systemen, PowerPC-computers, en processors die werken volgens de MIPS RISC-instructieset. Hierbij kan Windows NT meerdere processors tegelijk besturen, twee tot vier processors in een computer. Vanaf het begin is Windows NT in twee 'smaken' verkrijgbaar geweest: - Windows NT Workstation voor eindgebruikers en kleinere netwerken. - Windows NT Server voor zware servres in een omvangrijk netwerk dat uit verschillende domeinen bestaat. De verschillen tussen deze twee verseies blijken eigenlijk al uit de naamgeving. Windows NT Server is groter en zwaarder (en heeft ook een nog krachtiger computer nodig) dan Windows NT Workstation. Bovendien is NT Server een stuk duurder dan de Workstation versie. In de visie van Microsoft bestaat een ideaal netwerk uit een servermachine met NT-Server en netwerkstations waarom NT Workstation is geinstallerd. Het netwerk kan daarbij in domeinen en clusters worden verdeeld waarbij voor elk domein andere (toegangs-) regels gelden. Netwerken kunnen binnen een gebouw of kantoor staan, maar ook tussen kantoren in verschillende steden of zelfs wereldwijd kan een netwerk worden aangelegd. Met de introductie van Windows 2000 zijn de aanduideingen 'Server' en 'Workstation' vervallen. We spreken nu van: - Windows 2000 Professional (voorheen Windows NT Workstation) - Windows 2000 Server (voorheen Windows NT Server) - Windows 2000 Advanced Server (voorheen Windows NT Server Enterprise Edition) Het ziet er naar uit dat Windows 2000 in de toekomst erg veel gebruikt zal gaan worden. Lang niet alle computers zijn echter geschikt voor Windows 2000. Er is bijvoorbeeld een hele snelle processor voor nodig (minimaal een Pentium II 300), en veel geheugen. Oudere computers hebben dit natuurlijk niet, daarom zullen de andere versies van Windows (Windows 9.x, maar ook DOS + Windows 3.x) nog lang blijven bestaan. Een goede reden om daar wat meer van te leren! |
|
Voordat DOS of zelfs maar CP/M ontwikeld werd, bestond er al het besturingssysteem UNIX. Ook UNIX is een besturingssysteem voor computers, oorspronkelijk echter ontwikkeld voor veel grotere systemen dan de personal computer. In de begindagen hadden PC's immers maar 16 of 64 Kb geheugen, veel te weinig om UNIX te draaien. Daarom werden besturingssystemen als CP/M en DOS ontwikkeld. De opdrachten en structuur van UNIX lijken wel wat op DOS. Dat is logisch, want DOS is voor een groot deel van UNIX afgeleid (om er voor te zorgen dat mensen die testijds met UNIX werkten ook snel overweg konden met DOS). UNIX draait dus op andere computers (bedrijfssystemen) dan PC's. Een paar voorbeelden hiervan zijn: - VM/CMS, grote bedrijfscomputers (mainframes) van IBM; - VMS, een 'VAX'-computer, van Digital Equipment Corporation (DEC); - Cray supercomputers (bij onder andere NASA, het KNMI en het Pentagon). Ook grote banken, verzekeraars, de overheid, luchtvaar en scheepvaart maken gebruik van deze bedrijfssystemen. Personal computers hebben niet genoeg capaciteit voor dit soort bedrijven. Een bedrijssysteem hoort bij bepaalde soorten computers (DOS draait bijvoorbeeld alleen op Intel x86-compatible processors) en computerprogramma's draaien op hun beurt weer alleen onder bepaalde bedrijssystemen. Een belangrijk voordeel van UNIX is dat het draait op verschillende soorten computers, van een zwaar uitgevallen PC tot een grote mainframe. Hier staat als nadeel tegen over dat 'UNIX' niet altijd UNIX is. Een DOS-programma draait op elke 'IBM-compatible' DOS-machine, maar een UNIX-programma zal niet zo maar draaien op een andere UNIX-computer. Wel kunnen programma's eenvoudig worden omgezet van de ene UNIX-machine naar de andere (dit heet porten). UNIX lijkt in een aantal opzichten op DOS. Dit komt doordat DOS zoiets is als een afgeslankte versie van UNIX (maar ook met elementen uit andere bedrijfssystemen). De commando's lijken veel op elkaar, maar zijn ook net iets anders. De belangrijkste verschillen zitten diep in de binaire code van UNIX verborgen.UNIX kan omgaan met heel veel computergeheugen, kan meerder programma's van meerdere gebruikers tegelijk draaien en als er iets mis gaat met een programma, dan draait de rest van het systeem gewoon door. Iets wat Windows NT dus pas een paar jaar kan, kon bijna 20 jaar geleden al met UNIX. De broncode van UNIX is geschreven in de programmeertaal C en bovendien vrij verkrijgbaar. Dit betekent dat iedereen zijn eigen versie van UNIX kan ontwikkelen. Bedrijven hebben daar gretig gebruik van gemaakt en er zijn dan ook tientallen dialecten van UNIX in omloop. De meest bekende (en meest gebruikte) zijn: - UNIX System V; - SunOS; - Solaris; - SCO Unix; - Xenix. Globaal zou gezegd kunnen worden dat op elke computer waarvoor een C-compiler beschikbaar is, na porting UNIX geinstalleerd kan worden. UNIX is bovendien van nature geschikt voor meerdere taken en meerdere gebruikers. De prijs die daarvoor betaald wordt, is dat er een stevige (en dus erg dure) computer nodig is om UNIX ten volle te gebruiken. Voor x86-processors zijn ook UNIX-dialecten ontwikkeld die al werken op een Intel 80386SX met 4 Mb geheugen (en singletasking reeds op een 80286). Kortom, UNIX gebruiken we als we een krachtiger computersyssteem nodig hebben dan DOS (of Windows). UNIX was tot voor kort de enige keuze voor computers met de nieuwste typen RISC-processors. Bij zware toepassingen is de mogelijkheid om meerdere programma's te draaien geen overbodige luxe. Voor wetenschappers is UNIX vooral interessant voor het draaien van rekenintensieve statische programma's. Andere beroepsgroepen waarderen vooral de grafische mogelijkheden van UNIX voor het maken van computeranimaties zoals in Jurassic Park, of voor Computer Aided Design (CAD) toepassingen. UNIX is minder nuttig voor de kantoortoepassignen, zoals tekstverwerken, spreadsheet programma's en tekenpakketten. De meest populaire programma's op dit gebied zijn niet in UNIX-versies verkrijgbaar. Kantoorprogramma's, spellen en educatieve programma's kunnen we beter op de PC doen, zwaar rekenwerk of grafische toepassingen die veel berekeningen vereisen, onder UNIX. Zoals gezegt, lijkt UNIX veel op DOS, maar aan de andere kant, Nederlands en Duits lijken ook veel op elkaar. Dat je de ene beheerst zegt niets over de andere. Een aantal kenmerkende verschillen tussen DOS en UNIX: - Neem bijvoorbeeld de bestandsnamen onder UNIX. Onder UNIX mag de naam van een bestand willekeurig lang zijn (nou ja, maximaal 255 tekens); - Ten tweede is er een onderscheid tussen hoofdletters en kleine letters: de bestanden 'brief1.txt', 'Brief1.txt', en 'BRIEF1.TXT' kunnen rustig naast elkaar in dezelfde directory staan; - Ten derde valt aan een bestandsnaam niet te zien wat voor een type bestand het is, bijvoorbeeld of het een programma is of niet. UNIX-bestanden mogen alle letters en cijfers bevatten, en ook de tekens '.' en '_'. Een bestandsnaam onder UNIX kan dus ook meerdere punten bevatten; - UNIX-bestanden zijn georganiseerd in directory's, net als onder DOS Anders dan DOS gebruikt UNIX echter een schuine streep omhoog '/' om directory's te scheiden, in plaats van een schuine streep omlaag '\'. Als we een UNIX-sessie beginnen, zitten we in de zogenaamde 'home directory', zoiets als '/home/user1'. Dit is de plaats waar eigen bestanden en subdirectory's geplaatst kunnen worden. UNIX is dus een systeem dat met een beetje kennis van DOS tamelijk snel onder de knie te krijgen is. Daarmee draait UNIX echter nog niet op een PC. Er waren meer mensen die dat lastig vonden en daarom zijn er aparte, 'lichte' versies van UNIX ontwikkeld. Onder andere Microsoft (met Microsoft XENIX OS) en IBM (met PC/IX) hebben geprobeert een kleine UNIX-versie te ontwikkelen. Ook aan de Vrije Universiteit van Amsterdam werd een kleine versie van UNIX ontwikkeld: MINIX. Deze versie draaide bijvoorbeel op computers als de Atari en Amiga. Degene die de laatste jaren echter het meest succesvol is geweest, is Linus Torvalds. Hij programmeerde het besturingssysteem Linux, dat de meeste kenmerken van UNIX heeft maar wel op een personal computer kan draaien. Ook de broncode van Linux is vrijgegeven, waardoor er op dit moment wereldwijd door duizenden programmeurs aan Linux wordt gewerkt. |
|
Veel bedrijven hebben geprobeert de overheersing van Microsoft en Windows te doorbereken. Hieronder zijn heel grote bedrijven (IBM met OS/2, Apple met de Macintosh en het MacOS), maar ook onbekendere kleine spelers zoals GeoWorks, Sinclair, Acorn en Commodore Amiga. OS/2 Oorspronkelijk werkten IBM en Microsoft samen aan een grafische bestruingssysteem dat de opvolger van de textgeorienteerde DOS moest worden. Dit besturingssysteem noemde IBM OS/2, hetgeen Operating System 2 betekent (een niet erg originele naam). Microsoft brak echter met IBM om Windows te ontwikkelen en IBM ging zelf verder met het programmeren van OS/2. De eerste versie van OS/2 1.0 werd in 1987 uitgebracht. Verschillende meer en minder succesvolle releases zagen het licht (OS/2 Version 1.1,1.1 en 2.0) waarin telkens nieuwe eigenschappen werden ondergebracht en nieuwere processors werden ondersteund.MacOS 8.5 Vanaf het begin heeft Apple Computers zich niet neer willen leggen bij de overheersin van Microsoft en IBM. Zij bleven rebelleren tegen de gevestigde orde met afwijkende computers en besturingssystemen. Apple was de eerste computer voor massaal gebruik met een grafische gebruiksinterface. In 1977 kwam Apple op de markt met de Apple II. Het succes va ndeze computer was de regelrechte aanleiding voor IBM om de personal computer te gaan ontwikkelen.BeOS Een zwak punt van DOS en Windows is altijd geweest dan een nieuwe versie van het besturingssysteem compatible moest blijven met de eerder versies. Met andere woorden: ook oude programma's moesten in een nieuwere versie van DOS of Windows nog probleemloos blijven draaien. Gevolg hiervan is dat Windows lang niet zo snel of stabiel is als de huidige generatie x86-processor toelaat. In feite zijn de grondbeginselen van DOS en Windows nog steeds dezelfde als 20 jaar geleden! |